|
Stijn Blues zingen met zoete
stem Het
Parool Kunst,
zaterdag 24 september 2005 Column:
Bob Fromme OOIT
gehoord van Stijn van der Loo? Ik niet. En toch bestaat hij. Sterker, hij
ontplooit de twee culturele activiteiten die mij het meest interesseren: hij schrijft
en hij zingt. Ik zag en hoorde hem in Carré tijdens de hommage aan Bram
Vermeulen. En ik vond hem geweldig. Hij zong twee liederen van Vermeulen: Nederland is vol en Uitgewist. Hij begeleidde zichzelf bij het eerste nummer op de toetsen. De bassist begeleidde het andere. Je kon horen dat een totaal andere stem ook heel goed kon in die Vermeulen-liederen. Stijn van der Loo heeft een veel lichtere, hogere stem dan Bram Vermeulen. Hij zong bovendien zeer ingehouden, terwijl Vermeulen de schuiven toch meer opengooide. Van
der Loo zong de blues mooi en dat hoor je zelden. Ik heb alleen Steve Miller
dat weleens horen doen in Come on into my kitchen van Robert Johnson. Van der
Loo gaf Vermeulen een zoetgevooisde scherpte die, natuurlijk ook wegens de
gelegenheid, de mensen en mij hevig aangreep. Van
der Loo heeft wat je noemt een mooie tekstbehandeling, zodat regels als
Huizen, overal huizen/ Nederland is, Nederland is vol hard aankwamen. Volgens
mij was hij een Brabander, wat ik meende te horen aan de manier waarop hij in
de regel Je hebt een vergunning nodig om te zingen het woordje nodig een i
gaf en niet de Hollandse uh-klank. Een uiterlijk heeft hij ook: gedrongen
gestalte, kaal hoofd, dikke, zwarte wenkbrauwen, gevoelig gezicht. Hij
had ons, mensen in de zaal, op zeker moment verschrikkelijk te pakken door
ineens een apparaat aan te zetten waarop een koortje zong en daarna -solo-
Bram Vermeulen zelf: Nederland is, Nederland is vol. Een golf van emotie
sloeg door de rijen. Dat had Stijn van der Loo mooi gefikst. Ik
had hem bij nader inzien al moeten kennen, leerde ik van Google. Van der Loo
is een dubbeltalent en Daniëlle Serdijn prees vorig jaar in deze krant zijn
korte debuutroman De Galvano uitbundig. Zijn boek werd genomineerd voor de
Nationale Debutantenprijs en de Brabantse Schrijversprijs (zie je wel,
Brabander), en stond op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2005. In de
recensies vielen woorden als wonderschoon, imponerend, robuust en fenomenaal.
'Opmaat
voor grote schrijverscarričre,' schreef een bepaald niet zuinige Limburger.
Ik heb vaak lovende recensies gelezen van boeken waar ik niets aan vond, maar
dit boek wil ik lezen. Moet die man maar niet zo mooi zingen. Op
die Vermeulen-avond was nog een zanger die mij het hart doorwondde: David
Vos. Ook hij was mij niet werkelijk bekend, hoewel ik zijn naam weleens had
gehoord en ik wist dat hij zong. Hij is een Brel-vertolker met een donkere
stem, die ook de hoogte in kan. Je had Van der Loo, Vos en Vermeulen (Bram op
de achtergrond, Katarina op voorgrond). En dan noem ik maar drie van de
minder bekende optredenden. Mijn beker vloeide over. Maar
de grootste ontdekking was Van der Loo, omdat ik zijn naam helemaal niet
kende. Ik had vandaag aldus moeten beginnen: 'Ooit van Stijn van der Loo
gehoord? Ik niet. Schande!' |