Trouw Podium, vrijdag 10 september 2004
Bram Vermeulen
Koen
Koch
Ik heb het laatste concert van Bram Vermeulen bijgewoond, maar natuurlijk wist ik dat toen
niet. Gelukkig maar, hoe zou je met voorkennis van de dood nog kunnen leven?
Het was een optreden tijdens het Folkfestival van Dranouter, een dorpje in de
Vlaamse Westhoek vlakbij de Franse grens, vrijdagavond 6 augustus. Hij maakte
deel uit van een gelegenheidsensemble van meer dan twintig Belgische, Franse,
Engelse en Duitse musici, dat zich de Kleinkinderen van de Grote Oorlog noemde.
Samen voerden ze de Passchendaele Suite 02 uit, een prachtig doortimmerd geheel
van liederen uit en over de Eerste Wereldoorlog, de oorlog waar Bram steeds naar terugkeerde. Na afloop
zeiden we tegen elkaar dat Bram
wat zacht, misschien zelfs wat vermoeid had geklonken en dat zijn aanwezigheid
op het podium minder energiek en dynamisch was geweest dan anders. We schreven
het toe aan het slechte geluid, de merkwaardige chaos van zo'n festival en zijn
ergernis daarover. In het weekend toog het hele gezelschap naar een studio in
Brussel om de Passchendaele Suite op te nemen. Het zal een bijzondere cd
worden, de laatste waarop Bram
Vermeulen te horen is.
Een essentieel lied in zijn oeuvre is 'Ik was erbij'. Hij
beschrijft daarin op ongeëvenaarde wijze de gruwelen van de loopgravenoorlog:
En tegenover elkaar/ Twee mannen in het veld/ Wie het eerste steekt die leeft/
Maar allebei sowieso een held. Maar hij bezingt ook zijn zekerheid dat hij zelf
als soldaat aan die oorlog had deelgenomen: Vertel van die verschrikking/ Maar
niet aan mij/ Ik hoef niet meer te weten/ Ik was er bij.
Vermeulen geloofde in reïncarnatie, op een
aangename manier die de scepsis van ieder ander daaromtrent aanvaardde: Ik vond
daar mijn dood/ En hoewel vergeten gegaan/ Geeft het als precies kompas/ In
deze keer bestaan/ Mijn richting aan. De Eerste Wereldoorlog als richting
gevend voor je bestaan, het is niet verwonderlijk dat hij meer gewaardeerd werd
in Vlaanderen dan in Nederland.
Direct na de opname van 'Ik was erbij' daverde er een knal
door de Brusselse studio. Op de band is nog de stem van Bram Vermeulen te horen die vraagt: wat is dat. Een ander
maakt het grapje dat het wel een groet van zijn maten uit de Eerste Wereldoorlog
zal zijn geweest. Maar op de band is niets van de knal die iedereen heeft
waargenomen, terug te horen. Een mysterie dat bij Bram Vermeulen past.
De Passchendaele Suite werd voor het eerst opgevoerd op
zaterdag 24 augustus 2002, op Tyne Cot Cemetery, de grootste Britse
oorlogsbegraafplaats ter wereld. Voor één keer hadden de Britse autoriteiten
hiervoor toestemming gegeven, overtuigd door het argument dat alle liederen
eerst en vooral een eerbetoon waren aan al die jonge jongens die daar begraven
liggen. Een podium mocht, maar zonder overkapping. Vrijdagavond begon het
meedogenloos te regenen, het concert zou niet kunnen doorgaan omdat
instrumenten, versterkers en elektriciteitskabels natuurlijk niet aan water
konden worden blootgesteld. Tegen het middaguur werd het droog, het concert
ging in volle zon door. Het was huiveringwekkend mooi, hoe alles klonk op die
plek waar meer doden dan levenden verzameld waren. Vierduizend toeschouwers
hielden voor een paar uur twaalfduizend doden gezelschap. Per ongeluk wandelde
ik na het concert met Bram
Vermeulen terug naar
het parkeerterrein. Voor hem was het geen raadsel dat het plotseling droog was
geworden. De wil van al die doden en levenden had de wolken verdreven.
Ik geloof nergens in, maar even leek me dit heel plausibel.
Bij Kortrijk, tien kilometer verderop, was die middag een festival afgelast
door een acute wolkbreuk. De Passchendaele Suite eindigt in een machtig
crescendo met Brams De Helden, waarin oorlogsverheerlijking aan gruzelementen
wordt geslagen: Oorlog aan den Oorlog. Voor altijd, Bram, Oorlog aan den Oorlog.
Copyright: Koch, Koen